Taal in het wild – Jeukwoorden

Jeukwoorden. Je hebt ze vast ook, van die woorden waar je jeuk van krijgt en rode vlekken in je nek. Kippenvel. Van die woorden waarvan je denkt: Hè, jammer.

Aan het einde van het jaar worden we steevast overstelpt met lijstjes, verkiezingen en overzichten. Wat is het mooiste woord van 2012; en wat het lelijkste? Wat is het vaagste woord van 2012? Wat is de slechtste slogan van 2012? En zo kan ik nog wel een tijdje door gaan. Zulke verkiezingen én de discussie eromheen laten mooi zien hoe taal ook emotioneel is. Er komt gevoel bij kijken. We vinden sommige woorden mooier dan andere en sommige uitdrukkingen lelijker dan andere.

Taal en emotie
Soms is dit gevoel gekoppeld aan de betekenis: een woord is mooi omdat het iets moois betekent. De lelijkste woorden van het jaar hebben vaak ook een negatieve betekenis. Soms heeft het ook met uitspraak te maken. Sommige woorden bekken lekker, zijn een feest om uit te spreken voor tong, tanden en lippen. “Het klínkt gewoon niet mooi”, was een veelgehoorde reactie op Elise’s stuk over de grammaticaliteit van ‘groter als mij’. Emotie.

Ik zou nu een heel verhaal kunnen typen over hoe taal en emoties aan elkaar gerelateerd zijn, over de hele embodied-cognition-gedachte, maar ik wilde eigenlijk gewoon even iets kwijt over jeukwoorden.  Je weet wel, van die woorden waar je jeuk van krijgt, rode vlekken in je nek, kippenvel. “Waar jeukt het zo dat je niet kan krabben?”, vraagt opoe regelmatig in de – overigens van prachtige taal doordrongen – Schaep-series. Waar? Daar wil ik het vandaag over hebben.

Persoonlijke jeukwoorden
Als ik de afgelopen tijd tegen mensen zei dat ik iets over jeukwoorden aan het schrijven was, wist iedereen meteen wat ik bedoelde. “Stukje!” riep een vriendin voordat ik mijn zin had afgemaakt, “dat is écht een jeukwoord”. Ja, dat ik dat ook vind, was al duidelijk, denk ik. Een ander jeukwoord? Pareltje. Ik ga het niet eens uit proberen te leggen. In dezelfde categorie: bikkel(en), held, knallen, dat soort dingen. Een weerman staat in de sneeuw het weer te presenteren en wordt ‘bikkel’ genoemd. Omdat hij buiten staat bij -2! Betekenisdeflatie. Of dat je ’s ochtends naar je werk gaat en zegt dat je een dagje gaat knallen. Eh, knallen op wat? Doe maar niet. En sparren. Sparren! Alleen boksers sparren. Goed, ik denk dat het duidelijk is.

Iedereen heeft jeukwoorden. Leonie krijgt jeuk van ‘borstjes en anders verkleinwoordjes’. Des houdt niet van hip, lifestyle en fashion. Robert spreekt social media niet graag uit en vindt Sprinter niet bij de aard van het beestje passen – en dat kriebelt. Mochten we een jeuktaalverkiezing 2012 uitroepen, dan zou managerstaal best goed scoren, denk ik. Zo zijn Dionnes jeukwoorden terugkoppelen, herpakken en inspiratie en die van Carrie transparant en borgen. Nadelunch-huisfilosoof Mitchel houdt niet van Engelse bobotaal waar ook Nederlandse termen gebruikt zouden kunnen worden: cashflow, prepflow en staff. Oh en drukken, daar houdt hij ook niet van: ‘alsof je naar de wc gaat en met een gesprongen ader op je hoofd terugkeert’.

Ieder ‘zijn ding’
En dat is juist zo interessant: dat iedereen zijn eigen jeukwoorden heeft – en zijn eigen lievelingswoorden, natuurlijk. De één zijn jeukwoord is de ander zijn lievelingswoord. Of iemands eigen lievelingswoord wordt iemands eigen jeukwoord (flabbergasted, anyone?). Ieder zijn eigen smaak, hè, om er nog maar een cliché tegen aan te gooien.

Kijk, ik vind pareltje en sparren vervelende woorden en zal ze zelf nooit gebruiken (ja ja, zeg nooit nooit!), maar dat wil niet zeggen dat ik mensen die ze wél gebruiken, vervelend vind. En ik zeg zelf ook vaak vervelende dingen, zeker weten. Ik strooi met Engelse woorden – “Hoe heet dat ook alweer in het Nederlands” (ja, zelfs als Neerlandica) – en praat gerust in memes. Soms praat ik voor de grap in dialect – da hedde wel es, ge wit oit noit nie -, maar dat dat voor mij een grap is, is natuurlijk niet voor iedereen duidelijk.

Ik weet zeker dat dit stukje emoties bij jullie oproept. Zo kan ik me ook ergeren aan mensen die een mening menen te moeten hebben over welke woorden wel en niet mogen, welke woorden wel en niet mooi zijn. Taalnazi staat niet voor niets op nummer 3 van de lelijkste woorden van 2012.

En dat, lieve kijkbuiskinderen, is zo leuk aan taal. Hoe graag wetenschappers het ook zouden willen, taal is niet iets objectiefs, niet voor iedereen hetzelfde: taal is subjectief en emotioneel. En soms jeukt het.

Oja. Wat ik dan absoluut geen jeukwoord vind? Mijn allerlievelingswoord? Psoriasis. Al is dat eigenlijk júíst een jeukwoord.

 

[Column verscheen eerder op Nadelunch.com]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *