Taal in het wild – Overtrekkig onder een afdakje

De vaagste vaagtaal van 2012 was ‘over je schaduw heen springen’. Wat prachtig nietszeggend, niet? Hoe vaag deze uitdrukking voor ons volwassenen is, zo vaag is schaduw zelf voor kleuters. “Wat is schaduw?”, vroeg ik aan 70 kleuters.

Ook dit was nog best een lastige vraag. Zoals ook bij de vraag wat een kalender is, kwamen er antwoorden die goed waren, of bijna goed, filosofisch, of een vage verwijzing naar iets wat de kleuter ooit eens had gezien of gehoord.

Onder een afdakje
Laat ik met dat laatste beginnen. “Wat is schaduw?”, vroeg ik een jongetje met snottebel. Zijn ogen lichtten op. “Dan kun je onder een afdakje iets geheims vertellen!”,  riep hij enthousiast. Specifieker kon hij niet antwoorden, hoe schaduw er uit zag wist hij niet, alleen dat je onder een afdakje iets geheims kon vertellen. Prachtig.

Slap
Een ander antwoord deed mij vermoeden dat het door tv werd geïnspireerd. Een jongetje zei: “Als schaduw er niet is, word je slap” en ik dacht aan vampiers. Later dacht ik dat het gewoon erg filosofisch was. En nog later dat het jongetje misschien net op vakantie was geweest naar een warm land. Kan ook.

Het antwoord van een andere kleuter was daar ook aan verwant. “Dan zit je lekker in de schaduw,” zei hij. Maar hoe dat er dan uitzag, dat wist hij ook niet.

Opgekoeld
Meer kleuters gaven een antwoord dat te maken had met weer of natuur, maar dat toch net niet goed was. “Als de wind waait jezelf zien,” bijvoorbeeld, of: “Als je zweet hebt, sta je even in de schaduw, dan word je opgekoeld.”

Droom
Eén kleuter kon niet echt een definitie van schaduw geven, maar zei het volgende: “Als je in bed ligt en je ziet ineens iets, dat kan je papa of mama zijn, en dan schrik je.” Hij schetste de situatie zo levensecht dat ik het voor me zag, maar ik wilde toch echt meer informatie. Ik vroeg dus: “Hoe komt dat dan?” Dat wist hij wel: “Omdat je er over hebt gedroomd.”

Een ander jongetje zei: “Als de zon schijnt, sta je voor de muur en dan doe je je hand omhoog en dan doet de muur ook zijn hand omhoog.” Interessant, leek me dat. “Als je langs loopt,” antwoordde een ander op mijn vraag, wellicht hetzelfde bedoelend als de vorige kleuter – maar wie weet.

Overtrekkig
Sommige kinderen wisten dat schaduw iets te maken had met de zon, met ‘donker’ of ‘zwart’ en jezelf zien. Andere antwoorden die in de buurt van het goede antwoord kwamen, waren “Een nepmens!” en “Jezelf zwart zien en overtrekkig.” Eigenlijk dekt dat best de lading, vooral dat overtrekkerige. Ja, zo is het. Deze kleuter gebruikte een woord, bedácht zelf een woord, wat precies beschreef wat wij volwassenen in een zin zouden moeten omschrijven.

Lamp = zon
Natuurlijk geef ik elke kleuter ook het goede antwoord. We bekijken samen hoe de lamp in de kamer ook schaduw geeft: van onze handen op de tafel waar we aan zitten. “Ja,” zei het meisje dat me later zou vertellen dat je pas over iets kunt praten als ergens een woord voor is: “want de lamp is eigenlijk ook een zon.”

Tja, dat is helaas niet waar, maar wel de goede kant op gedacht. Zoals dat vaak gebeurt bij deze vijfjarige taalkunstenaars.

 

[Column verscheen eerder op Nadelunch.com]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *